|
Uiterst traag en voorzichtig komt de ronde oberin met een dienblad aanlopen met daarop één
glaasje. ‘Jaaa’, zegt ze lijzig tegen de volle tafel wachtenden, ‘ik ben Nel Snel, dus dan
weet je het wel!’ Met haar orthopedisch schoeisel en de dikke brillenglazen kan ze ook maar
beter niet al te hard gaan. Maar je maakt haar niks wijs, ze kent haar pappenheimers. Ze
diende nog ooit op Soestdijk en heeft met haar schuiertje bij de grootsten der aarde de
roosschilfers van de schouders geborsteld.
‘Iemand moet het toch doen’ is haar levensmotto en de gasten weten het te
waarderen: soms wordt ze letterlijk de zaal uitgedragen!
|